Info wordt steeds bijgewerkt.

Het COA wil een noodopvang of AZC openen en heeft daartoe een perceel grond met 1 oud pand daarop gekocht op de Professor Bronkhorstlaan 2. Het gaat om de opvang van eerst 100 jonge alleenstaande mannen in een tijdelijke noodopvang waarna de opvang wordt vergroot tot 300 asielzoekers, ook voornamelijk alleenstaande jonge mannen, in een nog te bouwen AZC.

Onze stichting is niet tegen een opvang voor asielzoekers, maar wel tegen een opvang op die locatie, ver van winkels, sportvelden en andere mogelijkheden om hen te vermaken, waardoor de veiligheid in gevaar zal komen voor omliggende bewoners en de asielzoekers ook niet goed kunnen integreren. Diverse onderzoeken geven aan dat een opvang aldaar niet gepast is, in strijd is met het omgevingsplan is en ook in strijd is met de regels ter bescherming van de natuur in een NNN gebied (nationaal natuur netwerk), waar het pand in ligt. Het is bijna onmogelijk een AZC te bouwen op de Professor Bronkhorstlaan 2. Om dit te onderzoeken heeft het COA een rapport laten opstellen door Witteveen en Bos, met een conclusie dat het zo goed als onmogelijk is.

Het college moet ook naar een alternatieve locatie zoeken, maar of dat lukt is nog maar de vraag. Volgens ons moeten er wel voldoende locaties in de gemeente zijn voor een opvang die wel geschikt is. Volgens de laatste berichten is het onderzoek naar alternatieve locaties door gemeente even gestopt om de regels te bepalen waaraan de alternatieve locaties in elk geval aan moeten voldoen. Ineens wordt er ook gesproken dat er 270 asielzoekers opgevangen gaan worden in plaats van 100 in een noodopvang! Waar plaatsen ze die dan? Verspreid over meerdere locaties in De Bilt is een mogelijkheid. Alleen zullen daardoor nog meer inwoners van De Bilt daar dan mee worden opgescheept. Dit wordt verder onderzocht en daar komen we dan op terug.

Ook zijn veel bewoners bang dat de waarde van hun huizen zal dalen na komst van een opvang en niet alleen dat, veel ouders durven hun kinderen niet meer alleen op de fiets naar school en terug daarvan naar huis te laten fietsen, zeker in de wintermaanden. Voor de woningwaarde daling kunnen woningeigenaren binnen 5 jaar nadat het besluit door de gemeente genomen is dat er een opvang komt, nadeelcompensatie aanvragen.

Hieronder de conclusie van Witteveen en Bos:

CONCLUSIE rapport Witteveen en Bos:
De voorgenomen activiteiten voor het AZC aan Professor Bronkhorstlaan 2 in Bilthoven bevinden zich binnen het Natuurnetwerk Nederland van de provincie Utrecht. Effecten van de voorgenomen activiteiten zijn daarom bepaald om een mogelijke aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN te beoordelen. Het voornemen kan zorgen voor oppervlakteverlies of versnippering van het NNN wanneer het nieuwe AZC buiten de bestaande legale bebouwing en (half)verhardingen wordt gerealiseerd. De huidige legale bebouwing en huidige legale (half)verhardingen vallen conform Omgevingsverordening artikel 6. 3lid 4 niet onder het NNN oppervlakte. Zolang binnen deze exacte locatie gebouwd en gewerkt wordt is geen sprake is van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Indien er buiten de bestaande legale bebouwing en (half)verhardingen wordt gebouwd en gewerkt dient een NNN-compensatieplan te worden opgesteld. Gedurende de sloop- en aanlegfase van het AZC is sprake van tijdelijke verstoring door geluid trilling licht en optische verstoring. Daarnaast treedt verstoring door mechanische effecten op wat een permanente doorwerking kent. Voor de verstoringen in de sloop- en aanlegfase dienen de volgende mitigerende maatregelen genomen te worden:
werkzaamheden dienen plaats te vinden buiten de broedperiode en voortplantingsperiode van bosvogels en bossoorten van het NNN. Concreet dienen de werkzaamheden plaats te vinden van oktober tot eind januari;
wanneer gebruik wordt gemaakt van kunstlicht dient deze aangepaste armaturen welke verstrooiing voorkomen te hebben en de verlichting gericht te zijn op het werkgebied; materieel en mensen dienen binnen de bestaande legale bebouwing en (half)verharding te blijven; bomen en opgaande begroeiingen dienen behouden te blijven; en bebouwingen en verrijkingen dienen binnen de bestaande legale bebouwing en (half)verhardingen gerealiseerd te worden. De gebruiksfase van het voornemen kent twee delen. Eerst wordt het huidige pand gebruikt voor opvang van asielzoekers het tweede deel betreft gebruik van het te realiseren AZC waardoor de capaciteit vergroot wordt. Wanneer gebruik gemaakt wordt van het huidige pand is er geen sprake van additionele verstoring aangezien de situatie tot december 2024 gelijk is aan het nieuwe gebruik. In de gebruiksfase na de realisatie het AZC treden mogelijk permanente effecten van verstoring door licht en mechanische verstoring op door de verhoogde capaciteit. Om de aantasting van de kwaliteit van het NNN te voorkomen dienen de volgende mitigerende maatregelen genomen te worden: wanneer gebruik wordt gemaakt van kunstlicht dient deze aangepaste armaturen welke verstrooiing voorkomen te hebben en gericht te zijn op de gebouwen; verlichting dient geplaatst te zijn binnen de bestaande legale bebouwing en (half)verharding; AZC verrijkingen en paden dienen zich binnen de bestaande legale bebouwing en (half)verharding te bevinden; en personen dienen binnen de bestaande legale bebouwing en (half)verharding te blijven.

Onze stichting heeft de conclusie voorgelegd aan specialisten op dit gebied en zij zeggen: Het extra belasten van de natuur is ook van toepassing bij een noodopvang. Doordat er veel meer mensen komen te “wonen” dan waarvoor het gebouw ooit voor gebouwd is, wordt de natuur ernstig beschadigd en is de kans op een bosbrand zeker niet uit te sluiten omdat het COA heeft bevestigd dat het merendeel van de asielzoekers rookt en hun peukjes achteloos op de grond gooit. Dat kan natuurlijk niet in een bosrijk gebied wat steeds droger wordt door klimaatveranderingen. Alle activiteiten moeten plaatsvinden binnen de huidige oppervlakte en contouren van het bestaande gebouw, dus mogen asielzoekers niet buiten in de natuur wandelen of spelen, terwijl het COA speelvelden wil aanleggen en fietsenstallingen en parkeerplaatsen. Dat is dus verboden en kan het niet anders zijn dan dat er een alternatieve locatie gevonden moet worden, wat de Provincie Utrecht het college inmiddels heeft opgedragen. Afwachten maar wat daar uit naar voren komt! Wordt vervolgd.

Omwonenden en bedrijven op het terrein hebben voor hun rekening ook een onderzoek laten instellen door Triangular. Ook onderzoeksbureau Triangular komt tot de conclusies dat de locatie op het Berg en Bosch terrein niet goed is voor een AZC. Hieronder hun conclusie als er een AZC komt, wat geheel te vergelijken is bij de komst van een noodopvang:

De uitgevoerde analyses naar de mogelijke vestiging van een asielzoekerscentrum (AZC) op het terrein van Berg & Bosch laat zien dat deze ontwikkeling niet los kan worden gezien van de bestaande context van het terrein. Het betreft een locatie waar reeds een aanzienlijke concentratie van zorgvraag aanwezig is, waar fysieke en juridische beperkingen gelden vanwege natuur- en monumentenbescherming, en waar het veiligheidsgevoel onder werknemers en bezoekers nu al zeer kwetsbaar is. Deze samenloop van factoren creëert een situatie waarin veiligheidsrisico’s, leefbaarheidsproblemen,
integratie-uitdagingen en ecologische spanningen structureel hoog zijn en nauwelijks effectief te mitigeren. De toevoeging van een grootschalige opvangvoorziening voor circa 300 voornamelijk jonge mannelijke asielzoekers betekent in deze setting geen op zichzelf staande functiewijziging, maar een ingreep die meerdere bestaande spanningsvelden tegelijk raakt en mogelijk versterkt.
Fysieke kwetsbaarheden en toezicht
Het terrein van Berg & Bosch is uitgestrekt en onoverzichtelijk, met verspreide gebouwen, dichte begroeiing en meerdere toegangen. Deze fysieke opzet geeft kwaadwillenden veel ruimte om ongezien hun gang te gaan. Overlast en kleine tot middelgrote incidenten kunnen zich grotendeels buiten het zicht van personeel of toezicht manifesteren, terwijl bestaande cameratoezichtcapaciteit door duisternis en bosstructuur beperkt effectief is. Fysieke maatregelen zoals extra verlichting, het kappen van bomen of herstructurering van paden zijn juridisch en ecologisch nauwelijks mogelijk door geldende natuur- en monumentenwetgeving. Het toevoegen van 300 bewoners vergroot de kans dat incidenten plaatsvinden en maakt toezicht, handhaving en sociale controle aanzienlijk complexer.
Bestaande kwetsbare groepsvorming en cumulatie van zorgvraag Berg & Bosch huisvest reeds diverse zorginstellingen en zorgvragers. De huidige belasting van het terrein wordt door omwonenden en ondernemers als significant ervaren, met meldingen van incidenten en overlast. Voor zover bekend is dit de enige locatie in Nederland waar een grootschalig asielzoekerscentrum wordt overwogen op een terrein waar al een significante concentratie van zorgvraag aanwezig is zonder stedelijke omgeving of natuurlijke sociale controle.
Het stapelen van meerdere kwetsbare doelgroepen op één afgezonderde locatie vergroot het risico op onderlinge spanningen, escalaties en cumulatieve overlast. Verschillende groepen met uiteenlopende problematiek en
begeleidingsbehoeften delen dan dezelfde fysieke ruimte, terwijl toezicht en handhaving door de bosrijke en uitgestrekte aard van het terrein al complex zijn. Het samenbrengen van deze functies in een natuurgebied met beperkte sociale
controle en zonder stedelijke infrastructuur betekent dat risico’s zich niet verspreiden, maar juist concentreren.
Integratie, mobiliteit en leefbaarheid
Integratie van bewoners van het AZC op een afgelegen terrein als Berg & Bosch is moeilijk realiseerbaar. Dagelijkse activiteiten zoals sociale interactie, boodschappen doen, deelname aan integratieprogramma’s of werk vereisen dat
bewoners zich voortdurend door de omgeving verplaatsen. De smalle fiets- en voetpaden langs kwetsbare natuurgebieden zijn druk in gebruik door omwonenden, scholieren en forensen, waardoor verplaatsingen – zeker in de
avonduren – risicovol zijn en onveilige situaties in het verkeer kunnen ontstaan. Openbaar vervoer is beperkt door geringe dienstregeling, waardoor de bewoners van het AZC afhankelijk zijn van fietsen of lopen, ook in de avonduren. Minimale verlichting in het gebied maakt deze verplaatsingen onveilig. Uiteenlopende maatregelen om deze risico’s te beperken, zoals extra verlichting of verbreding van paden, leidt onvermijdelijk tot ecologische belasting, waardoor zowel integratie als ook veilige mobiliteit structureel beperkt blijven.
Voor de bewoners van het AZC betekent de afgelegen ligging en het onoverzichtelijke terrein een verhoogde kans op stress, confrontaties en overlastsituaties door reeds aanwezige zorgvragers, zeker voor getraumatiseerde of langdurig gestreste personen. De cumulatie van kwetsbare doelgroepen, bestaande incidentdruk en fysieke isolatie kan wederzijds triggers creëren, waardoor herstel, stabiliteit en integratie onvoldoende worden geborgd.
Economische en organisatorische impact
Ondernemers en zorginstellingen zullen waarschijnlijk extra investeringen moeten doen om de veiligheid binnen hun onderneming te waarborgen, bijvoorbeeld door extra beveiligingspersoneel, toegangscontrole, cameratoezicht of aanpassingen in interne protocollen. Dit legt financiële druk op bedrijven en kan samen met een mogelijk teruglopende bezoekers- of cliëntenstroom leiden tot verminderde rendabiliteit, leegloop en verlies van sociale controle. Minder bedrijvigheid versterkt het gevoel van onveiligheid, creëert een vicieuze cirkel van incidenten en leegstand, en draagt bij
aan verdere sociale en economische kwetsbaarheid op het terrein.
Ecologische impact
De komst van een AZC brengt een toename van menselijke activiteit, geluid, verlichting en mogelijk afval met zich mee. Dit heeft directe negatieve effecten op flora en fauna en de ecologische kwaliteit van het bosrijke terrein. Natuurwetgeving beperkt structurele mitigatie van deze effecten, waardoor veiligheidsmaatregelen of leefbaarheidsverbeteringen altijd samenhangen met extra belasting van het milieu.
Maatschappelijk draagvlak en vertrouwen
Het veiligheidsgevoel en de maatschappelijke stabiliteit zijn nauw verbonden met sociale acceptatie en draagvlak. Uit de analyse blijkt dat het vertrouwen van omwonenden en ondernemers in de gemeente De Bilt tot een zeer laag niveau is gedaald. Het verschil tussen de woorden van de gemeente – inspraak en invloed voor inwoners en ondernemers – en de feitelijke aankoop van het pand en toezeggingen aan het COA creëert een gevoel van machteloosheid en achterstelling.
Die machteloosheid wordt versterkt door keuzes zoals de 30-jarige termijn voor de vestiging van het AZC op Berg & Bosch. Dit lage vertrouwen versterkt het idee dat negatieve gevolgen van het AZC niet effectief kunnen worden beïnvloed, waardoor het veiligheidsgevoel verder onder druk komt te staan en maatschappelijke spanningen kunnen toenemen.
De maatschappelijke weerstand richt zich in belangrijke mate op de grootte van de groep. Deze weerstand komt vooral voort uit de verhouding asielzoekers ten opzichte van bewoners en gebruikers van Berg & Bosch in de dunbevolkte
omgeving. Omwonenden, lokale ondernemers en gebruikers van het terrein geven aan dat een AZC met 300 mannelijke bewoners te groot is en dat kleinschalige, gespreide opvang in bebouwde delen van de gemeente veel minder weerstand oproept. De vrees voor incidenten en overlast wordt versterkt door de onoverzichtelijke inrichting van het terrein en het ontbreken van structurele dagbesteding voor bewoners. De combinatie van een grote groep, gebrek aan activiteiten en beperkte sociale integratie verhoogt de angst voor conflicten, crimineel gedrag of andere vormen van overlast.

De vestiging van een grootschalig AZC op Berg & Bosch brengt een uitzonderlijke stapeling van risico’s met zich mee. Het terrein biedt kwaadwillenden veel ruimte om ongezien hun gang te gaan, terwijl bestaande kwetsbare groepsvorming en een laag veiligheidsgevoel bij medewerkers, bezoekers en omwonenden verder worden versterkt door 300 extra bewoners. Beperkingen door natuur- en monumentenwetgeving bemoeilijken fysieke beveiliging, terwijl de cumulatie van zorgvraag op één locatie de kans op incidenten en overlast vergroot. Afgelegen ligging en smalle, druk gebruikte paden maken integratie en veilige mobiliteit moeilijk, terwijl ecologische effecten door extra verlichting, geluid en beweging nauwelijks te mitigeren zijn. Ondernemers en zorginstellingen worden geconfronteerd met financiële druk voor veiligheidsmaatregelen, terwijl het lage maatschappelijk vertrouwen in de gemeente draagvlak en sociale controle onvoldoende waarborgt. Voor de bewoners zelf is leefbaarheid, herstel en integratie beperkt door fysieke isolatie, incidenten en de aanwezigheid van andere kwetsbare groepen.
De komst van 100 personen in een noodopvang en later door zelfs 300 personen in een AZC, op een terrein met deze kenmerken vergroot de kans op incidenten, structurele verslechtering van veiligheid, leefbaarheid, integratie en maatschappelijke stabiliteit aanzienlijk. Berg & Bosch wordt dan een locatie met uitzonderlijk hoge risico’s voor alle aanwezige bewoners en bedrijven.